V. ALTERNATIEVE TOEKOMSTVISIE

V.1 INLEIDING

In dit hoofdstuk wordt, aansluitend op de in het voorgaande hoofdstuk genoemde uitgangspunten, beschreven in welke richting Enschede zich de komende decennia zal moeten ontwikkelen om de doelstelling van de Alternatieve Toekomstvisie te kunnen halen. Nadat de verschillende ‘zones’ één voor één worden beschreven. Deze beschrijvingen bestaan telkens uit een korte karakteristiek van de huidige situatie gevolgd door een omschrijving van de gewenste ontwikkelingen in de toekomst.

Plaats in het onderzoek

Dit hoofdstuk vormt het centrale deel van het onderzoek. Nadat de stad Enschede is beschreven en geanalyseerd, en naar aanleiding van deze inventarisatie en analyse de uitgangspunten voor de visie zijn beschreven, kan de visie zelf worden opgesteld. De verschillende onderdelen van de doelstelling van dit onderzoek worden in de visie als het ware verbeeld om zo tot een globaal kaartbeeld van Enschede in de toekomst te verkrijgen.
In hoofdstuk 7 wordt dit kaartbeeld verder uitgewerkt: daar wordt beschreven hoe verschillende locaties in Enschede kunnen worden ingevuld, waarbij de visie, als beschreven in dit hoofdstuk, de basis vormt.

V.2 ALTERNATIEVE TOEKOMSTVISIE

KAART : ALTERNATIEVE TOEKOMSTVISIE

De Alternatieve Toekomstvisie geeft ruimte voor een compacte stedelijke ontwikkeling van Enschede. Hierbij wordt de bestaande stedelijke structuur (centrum met radialen) aangevuld met een tweetal compacte stedelijke knooppunten.
Deze stedelijke knooppunten bieden ruimte voor grootschalige ontwikkelingen betreffende zowel wonen, werken en voorzieningen. Hiernaast wordt binnen het bestaande stedelijke gebied ruimte gecreëerd voor kleinschaligere ontwikkelingen. Functiemenging staat hierbij centraal: bedrijvigheid, die geen overlast veroorzaakt, en buurtvoorzieningen worden vermengd met woningen, waar eventueel kantoor of praktijk aan huis kan worden gehouden.

De groene zones buiten de stad worden versterkt door de onderlinge relaties te verbeteren. Op deze manier ontstaat een aaneengesloten ring van groene gebieden rond de stad. In de kerngebieden (landgoederen, bossen, cultuurhistorisch waardevolle gebieden en kleinschalige landschappen) mogen geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen plaatsvinden en wordt ook geen nieuwe infrastructuur aangelegd.

Om de bereikbaarheid van alle stadsdelen te waarborgen en waar nodig te verbeteren zijn een aantal aanvullingen op de bestaande infrastructuur gewenst:

  1. De rondweg om Usselo (voor het verbeteren van de bereikbaarheid van Enschede-West vanuit de Achterhoek en het ontlasten van Usselo).
  2. De verbinding tussen Enschede-Zuid en de A35 / Oostweg (om Enschede-Zuid en -Oost met elkaar te verbinden).
  3. De noordelijke ‘rondweg’ om Glanerbrug (waardoor vrijwel alle doorgaand verkeer uit Glanerbrug kan worden geweerd).
  4. De oostelijke rondweg om Hengelo (waardoor Enschede-West wordt verbonden met de A1 richting Oldenzaal en Duitsland en met Hengelo-Zuid).

Stadscentrum

Het stadscentrum wordt overheerst door winkels, horeca en publiekstrekkende voorzieningen. Het wonen heeft hier een duidelijk ondergeschikte rol, waardoor de straten ‘s avonds veelal verlaten zijn en er een gevoel van sociale onveiligheid heerst. Om de leefbaarheid en sociale veiligheid te verbeteren moet er meer ruimte komen voor wonen. Vooral boven de winkels kunnen tientallen woningen worden gecreëerd, er tegelijkertijd ruimte ontstaat voor mensen die graag in de directe nabijheid van allerlei voorzieningen willen wonen.

Kantoren

In het stadsdeel direct ten westen van de binnenstad bevinden zich vele kantoren en dienstverlenende instanties, gemengd met enige woonruimte en (onderwijs-)instellingen. Een aantal buurten (o.a. het Cobercoterrein ten noorden van het NS-station) zijn sterk verouderd en bieden ruimte tot (her-)ontwikkeling. Deze buurten dienen ontwikkeld te worden tot gemengde woon- en werklocaties, vergelijkbaar met de directe omgeving. Tegelijkertijd moet ervoor worden gezorgd dat de woonfunctie in de overige kantoorbuurten niet te zwaar onder druk komt te staan, om te voorkomen dat de buurten ‘s avonds geheel uitsterven.
Rond het station kan beduidend hoger worden gebouwd om zo het vervoersknooppunt ruimtlijk te accentueren en gebruik van het openbaar vervoer te bevorderen.

Het Business & Sciencepark in het noordwesten van Enschede is een modern kantorenpark waar zich vrijwel geen andere functies bevinden.
Bij de verdere ontwikkeling van dit park moet er op worden toegezien dat de ruimte zo intensief mogelijk wordt gebruikt en dat de sociale veiligheid ook buiten kantooruren wordt gewaarborgd.

Centrumring

De buurten direct rond het stadscentrum stammen veelal uit het begin van de 20e eeuw en kenmerken zich door hun grote functiemenging (wonen, werken en vele voorzieningen) en tegelijkertijd vaak verouderde en rommelige uitstraling. Binnen deze zone bevinden zich tevens vele braakliggende terreinen en vervallen industrielocaties.
Voor een aantal buurten (o.a. Horstlanden-Veldkamp, Laares en Groot Roombeek) is herstructurering al in uitvoering of voorbereiding. Echter, van de vele plannen is er nog slechts zeer weinig in uitvoering.
De verouderde en braakliggende terreinen bieden vele mogelijkheden tot stedelijke herstructurering, waar zowel stedelijke woningen als kleinschalige bedrijvigheid en voorzieningen kunnen worden gebouwd in relatief hoge dichtheden. Door vele functies en voorzieningen, die niet direct afhankelijk zijn van de grote publieksstroom in de binnenstad, in de centrumring te plaatsen wordt de levendigheid en leefbaarheid van dit stadsdeel vergroot en vormt het een logische overgang tussen de rustigere woonbuurten en het drukke stadscentrum.

Woonwijken

De meeste (grootschalige) woonwijken stammen vooral uit de periode na de Tweede Wereldoorlog. De voorziengen zijn veelal geconcentreerd in buurt- en wijkcentra, waardoor er in het grootste deel van deze wijken alleen gewoond wordt. De verschillende woonwijken hebben elk hun eigen ruimtelijke structuur en bevatten vaak een beperkt aantal specifieke woningtypen die het aanbod in de betreffende buurt overheersen.
In de nieuwste uitbreidingswijken is de concentratie van voorzieningen sterker dan in de oudere wijken, en is het woningaanbod gevarieerder.
In een aantal wijken heerst overlast van rondhangende jongeren, voor wie in de betreffende wijken zeer weinig te doen is.
Om ‘gettovorming’ te voorkomen moet er meer variatie in het woningaanbod komen. Verouderde woonblokken kunnen worden vervangen door een gevarieerd aanbod van zowel goedkopere als duurdere woningen. Tegelijkertijd moet er meer ruimte worden geboden voor kleinschalige bedrijvigheid in en tussen de woningen. Hierdoor wordt voorkomen dat er eenzijdige ‘slaapbuurten’ onstaan en kan de mobiliteit worden beperkt. Om de leefbaarheid te verbeteren moeten er in de woonwijken ook meer buurt- en wijkvoorzieningen komen, zodat er voor alle bevolkingsgroepen activiteiten in de eigen woonomgeving beschikbaar zijn.

Stadsrand

De stadsranden zijn veelal een soort ‘niemandsland’. De gebieden maken geen deel uit van de stad, maar ook niet van het groene buitengebied, waardoor vaak een rommelige situatie ontstaat. Sportterreinen, volkstuinen en agrarische gronden vormen de meest voorkomende functies in de stadsrand.
Het overgangsgebied tussen stad en land is zeer geschikt voor groene sport- en recreatieve voorzieningen en een beperkt aantal woningen in het groen. Door meer aandacht te besteden aan de (ruimtelijke kwaliteit van) de stadsranden kan de overgang van en relatie tussen stad en land worden verbeterd en krijgen zowel de stadsrand als het aangrenzende buitengebied een betere uitstraling.

Dorpen

Rond Enschede liggen een drietal (kleine) dorpen: Boekelo, Usselo en Lonneker. Deze dorpen hebben nog een sterke dorpse uitstraling en zijn ruimtelijk duidelijk gescheiden van Enschede.
De huidige kwaliteiten (rust, ruimte, sfeer) van de dorpen moet worden behouden en de relatie met het omliggende landschap moet worden versterkt, zodat het dorpse en landelijke karakter blijft en de dorpen een geheel andere leefruimte kunnen blijven bieden dan de stad Enschede. Om het dorpse karakter en het omliggende landschap te behouden is er in de dorpen (vrijwel) geen ruimte voor nieuwbouw. Uitzondering vormt de eventuele bouw van enkele seniorenwoningen om de doorstroom binnen de dorpen te bevorderen.

Bedrijventerreinen

De bedrijventerreinen liggen vooral aan de westzijde van de stad en bestaan vooral uit ‘platte dozen’ met daaromheen veel verhard oppervlak. Deze onbebouwde terreinen worden vooral gebruikt voor opslag van goederen en parkeren. Gebouwen van meer dan drie bouwlagen zijn hier zeldzaam. De bedrijventerreinen hebben een zeer ruime maar tegelijkertijd rommelige uitstraling.
Door verdichting, hogere bebouwing en optimale benutting van het grondgebied is op de bedrijventerreinen zeer veel ruimte te winnen. Er moeten echter wel strenge eisen worden gesteld aan nieuwe en verbouwende bedrijven om deze verdichting te bereiken.

Amusementsboulevard

Naast het NS-station Enschede Drienerlo zijn recent het nieuwe FC Twente stadion en een amusementsboulevard, met o.a. bioscoop en kartbaan, gebouwd. De amusements- en recreatiefunctie kan worden uitgebreid voor zover het gaat om grote verkeersaantrekkende bedrijven waarvoor in de binnenstad geen ruimte is. De groene zone tussen Enschede en Hengelo moet worden gehandhaafd, zodat aan de noordwestzijde van het terrein slechts beperkt kan worden uitgebreid.

Universiteit

Ook in het noordwesten van Enschede bevindt zich het campus-terrein van de Universiteit Twente. Naast de universiteitsgebouwen bevinden zich hier huisvesting voor studenten en medewerkers en vele (sportieve) voorzieningen. Het geheel is aangelegd als een parkachtig landgoed waarin de verschillende gebouwen staan verspreid.
Op het terrein is enige ruimte voor verdichting door toevoeging van aan de universiteit gerelateerde bedrijven en voorzieningen. Echter, het unieke groene en parkachtige karakter alsmede de relaties met het omliggende landschap (waar zich meerdere landgoederen bevinden) moeten worden behouden en waar mogelijk versterkt. Tevens is het van belang een duidelijke (ruimtelijke) relatie te creëren tussen universiteit en NS-station Drienerlo, waar vele studenten, medewerkers en bezoekers van de universiteit uit de trein stappen.

VINEX-locatie de Eschmarke

In de Eschmarke moeten in totaal ongeveer 5000 woningen worden gebouwd waarvan ongeveer de helft gerealiseerd of in ontwikkeling is. Voor de nog te ontwikkelen deelgebieden moet het woningbouwprogramma worden bijgesteld naar de huidige situatie op de woningmarkt en moet het aanbod zo gevarieerd mogelijk worden uitgevoerd. Ook moet er in de Eschmarke meer ruimte worden geboden voor kleine bedrijvigheid en voorzieningen in en tussen de woningen, iets wat in de al gereed gekomen plandelen weinig voorkomt.

Stedelijke knooppunten en ontwikkelingsassen

De terreinen aangewezen als stedelijk knooppunt en ontwikkelingsas zijn allen gelegen tussen een belangrijk onderdeel van de hoofdinfrastructuur en een stadswijk of bedrijventerrein. Deze terreinen worden echter nauwelijks benut voor stedelijke functies. In totaal gaat het om enkele honderden hectares grondgebied die zeer geschikt zijn voor grootstedelijke ontwikkelingen.
De twee stedelijke knooppunten zijn gelegen op belangrijke knooppunten in de hoofdinfrastructuur: de kruising Zuiderval / A35 en de kruising van de Westerval met de buitenste stadsring. Door de goede bereikbaarheid en de ligging tussen verschillende stadsdelen zijn dit de aangewezen locaties voor grootschalige intensieve ontwikkelingen. Vooral op het knooppunt Zuiderval / A35 kan hierbij ook ruim de hoogte in worden gebouwd: het gaat hier om de belangrijkste ‘entree’ van Enschede, het gebied heeft vrijwel geen landschappelijke en natuurlijke waarden en binnen een straal van 400 meter zijn slechts enkele woningen te vinden.
Bij de ontwikkeling van het knooppunt op de Westerval moet beduidend meer aandacht aan een landschappelijke inpassing worden besteedt: dit knooppunt is gelegen tussen de Usseler Es en Twekkelo, beide vanuit cultuurhistorisch en landschappelijk oogpunt zeer waardevolle gebieden.

Langs de A35 en de Westerval liggen aan weerszijden van de knooppunten nog meerdere terreinen die kunnen worden ontwikkeld tot woon- en werklocaties. De intensiviteit is hier beduidend lager om zo een overgang tussen de knooppunten en omliggende gebieden te creëren en de knooppunten zelf te benadrukken.
De ontwikkelingsassen langs de spoorlijn naar Hengelo en tussen Stadsveld en Usseleres zijn vanwege hun ligging vooral geschikt voor het creëren van een groen woonmilieu: langs de spoorlijn in een meer stedelijke, parkachtige stijl en aan de stadsrand in een meer landelijke stijl.