In de karakteristiek van Enschede worden de kenmerken van de stad beschreven die ‘typisch’ of beeldbepalend voor Enschede zijn. Het eerste deel van dit hoofdstuk is een samenvatting van de voorgaande hoofdstukken, waar de meest opvallende en kenmerkende aspecten worden uitgelicht. In het tweede deel van dit hoofdstuk worden, aan de hand van de karakteristiek, eisen en uitgangspunten opgesteld waar toekomstige ontwikkelingen (inbreidingen) aan moeten voldoen om te passen binnen de kenmerkende structuren van Enschede.
De toekomstige ontwikkelingen moeten passen binnen de stad. Vooral bij intensieve inbreidingslocaties is de kans groot dat de nieuwe bebouwing niet aansluit bij binnen de bestaande stedelijke structuren. Om ervoor te zorgen dat deze inbreidingen deel uit gaan maken van de stad, en de bestaande kwaliteiten en kenmerken van de stad onderbouwen en versterken moet eerst duidelijk zijn wat deze kwaliteiten zijn.
Er is een groeiende ontevredenheid over de toenemende gelijkenis tussen verschillende steden. Zowel in de centra, waar steeds meer dezelfde winkelketens het straatbeeld bepalen, als in de VINEX-wijken, waarvan een groot deel qua bouwstijl erg op elkaar lijkt, gaan verschillende steden steeds meer op elkaar lijken. Echter, voor het imago en de identiteit van een stad, en voor betrokkenheid van bewoners bij die stad is een eigen sfeer, een eigen cultuur en een eigen identiteit erg belangrijk.
In de alternatieve toekomstvisie Enschede speelt deze identiteit een belangrijke rol. Juist omdat deze visie uitgaat van zoveel mogelijk inbreiden in de bestaande stad is de aansluiting bij die bestaande stad van groot belang.
De historie van Enschede is op vele manieren terug te vinden in de bestaande stad. Van de eeuwenoude (land-)wegenstructuur tot de overblijfselen van de textielindustrie. De singel met radiale uitvalswegen, de stadsparken en landgoederen alsmede de grote menging van woonbuurten met kleinschalige bedrijventerreinen zijn de meest opvallende kenmerken van Enschede.
Enschede is ontstaan uit een kleine ei-vormige stad op de grens van een viertal marken. Vanuit het stadje liepen landwegen in alle windrichtingen, die Enschede verbonden met omliggende dorpen en steden. De eivormige structuur van de binnenstad en de radiale wegenstructuur zijn nog steeds duidelijk terug te vinden in het huidige wegenpatroon. In de jaren 20 van de 20e eeuw is rond de toenmalige stad de singelring aangelegd. Deze ring verbindt de verschillende vooroorlogse wijken met elkaar en heeft, voor het grootste deel, een eenduidig profiel bestaande uit twee rijbanen met daartussen een middenberm beplant met bomen. Enschede is één van de zeer weinige steden in Nederland met een dergelijke singelring binnen de bebouwde kom.
De A35 snijdt de stad in twee delen: de stad Enschede en de, in de tweede helft van de twintigste eeuw gebouwde, zuidwijken. Vanaf de A35 is een drietal invalswegen aangelegd die de stad verbinden met het nationale hoofdwegennet. Echter, geen van deze invalswegen heeft een stedelijke uitstraling.
De enige overgebleven spoorweg in Enschede snijdt (deels letterlijk) diep in de stad. De spoorlijn wordt, tot in de binnenstad, begeleid door een groen lint. Aan de oostzijde van de stad ligt de spoorlijn diep ingegraven in de stuwwal.
De ligging van de overige, reeds opgebroken spoorlijnen is nog steeds duidelijk te herkennen aan bebouwings- en wegenpatronen.
Sinds de opkomst van de textielindustrie is Enschede zeer snel gegroeid. Fabrieken en arbeiderswijken werden afwisselend gebouwd langs de uitvalswegen en vooral langs de latere spoorwegen. De hierdoor ontstane menging van wonen en bedrijvigheid is, vooral langs de oude spoorwegen, nog steeds aanwezig. Langs de uitvalswegen, zowel binnen als buiten de bebouwde kom, zijn nog verscheidene villa’s en landhuizen te vinden, vaak met grote tuin. Deze huizen zijn aan het eind van de 19e en begin van de 20e eeuw gebouwd door de textielbaronnen.
Enschede heeft weinig historische gebouwen. Door de stadsbrand en het bombardement in de Tweede Wereldoorlog zijn de vele (historische) gebouwen vernietigd.
In tegenstelling tot andere (middel-)grote steden in Nederland hebben de meeste Enschedese woonwijken geen grootstedelijke uitstraling. Doordat de stad pas laat tot bloei is gekomen, en in Enschede vooral de (lagere) arbeidersklasse goed was vertegenwoordigd, heeft Enschede nooit de statige stedelijke woonwijken gekend die in veel andere steden, vooral in de gouden eeuw, zijn gebouwd.
Enschede is de enige stad in Nederland die beschikt over een universiteitscampus. Op dit grote parkachtige terrein zijn, naast de universiteitsgebouwen, vele studentenwoningen, sportcomplexen en andere voorzieningen gevestigd.
Enschede bezit een zestal stadsparken, verspreid over de stad. Aangevuld met vele plantsoenen en ruime (woon-)straten geeft dit de stad een groene aanblik. Het vele groen in de stad is echter erg versnipperd, er zijn weinig relaties tussen de parken onderling en met het overige stedelijke groen.
Op verschillende punten langs de stadsrand bevinden zich ‘groene wiggen’: plaatsen waar het groene buitengebied ver de stad insteekt, soms zelfs tot aan de singelring. Dankzij deze groene wiggen bevindt zich in de nabijheid van elke stadswijk een groen uitloopgebied.
Het oostelijke deel van de stad is gebouwd op een noord-zuid lopende stuwwal. Hierdoor is er in de stad ongeveer 30 meter hoogteverschil tussen de oostelijke en westelijke wijken.
Het landelijke gebied rond Enschede is zeer afwisselend en kleinschalig, en bestaat uit landgoederen, agrarische gebieden en bos- en natuurgebieden.
Om de inbreidingen goed aan te laten sluiten aan de bestaande stad, en tegelijk de identiteit en kwaliteiten van de stad te versterken, moeten bij de inrichting van inbreidingslocaties de volgende punten in acht worden genomen:
Naast voorgaande uitgangspunten voor de toekomstvisie, welke zijn gebaseerd op de karakteristiek van Enschede, zijn er nog een aantal algemene uitgangspunten die volgen uit de algehele doelstelling van de alternatieve toekomstvisie: