III. HUIDIGE SITUATIE

III.1 INLEIDING

In dit hoofdstuk wordt de huidige structuur van de stad Enschede en haar directe omgeving geïnventariseerd en geanalyseerd.

Eerst wordt de landschappelijke structuur in kaart gebracht: in §3.2, de ‘groen-blauwe’ structuur, komen landschap, cultuurhistorie, monumenten, bos en natuur en het stedelijk groen aan bod. Daarna volgen, in §3.3, de stedelijke aspecten: hier worden infrastructuur en bebouwing beschreven.

Plaats in het onderzoek

Dit hoofdstuk vormt de ‘ondergrond’ voor het vervolg van dit rapport. De inventarisatie en analyse van de huidige stad bepalen voor een belangrijk deel hoe de Alternatieve Toekomstvisie eruit zal zien. De toekomstige ontwikkelingen zullen plaats moeten vinden in de bestaande stad, en zullen daar dan ook goed op moeten aansluiten.
De belangrijkste, meest karakteristieke en structuurbepalende objecten in en rond Enschede worden in het volgende hoofdstuk (Hfst 4: karakteristiek) nader toegelicht.

III.2 GROEN-BLAUWE STRUCTUUR

KAART : LANDGOEDEREN KAART : ESSEN

Landschap en cultuurhistorie

Het landschap rond Enschede is grotendeels ontstaan in de laatste IJstijd: door de druk van de oprukkende ijsmassa’s werden in de regio verschillende stuwwallen gevormd, waarvan er één langs de oostzijde van Enschede. Hierdoor liggen de hoogste buurten ruwweg 25 meter hoger dan de lagere (westelijke) stadswijken. De stuwwal is tevens de scheiding tussen twee regionale watersystemen: het oostelijke gebied watert via de Glanerbeek af op de Dinkel, het westelijke gebied via de Boekelerbeek en Esbeek op de Regge.

Rondom Enschede liggen verschillende oude landbouwgebieden, te herkennen aan de essen die hier in de loop der eeuwen zijn ontstaan. Deze landbouwgebieden liggen rond of naast de oude (dorps-)kernen, en zijn grotendeels nog steeds herkenbaar, zowel door het hoogteverschil als door de ligging van boerderijen rondom de es. Vooral de Usseleres, met een hoogte van meer dan 5 meter ten opzichte van het omringende landschap, is een zeer opvallend element in het landschap.

In de negentiende en het begin van de twintigste eeuw zijn er rond Enschede vele landgoederen aangelegd. Deze landgoederen bepalen in sterke mate de omgeving van Enschede: de landgoederen zijn allen zeer bosrijk aangelegd, waardoor het kleinschalige en afwisselende karakter van het landschap rond Enschede is gevormd. De meeste landgoederen zijn tegenwoordig opengesteld voor (wandelend) publiek, zodat een ieder zich hier kan ontspannen.

KAART : MONUMENTEN

Monumenten

Ondanks de vele gebouwen die verloren zijn gegaan door de stadsbranden en de oorlog bevinden zich in en rond Enschede vele (Rijks-)monumenten. Het gaat hier onder andere om landhuizen, oude Twentse boerderijen en stadsvilla’s, maar ook tuinen van landgoederen, een stadspark, enkele begraafplaatsen en verschillende oude grenspalen zijn op de monumentenlijst geplaatst.
Het gaat in de gemeente Enschede in totaal om ruim 100 gebouwen, een tiental tuinen / begraafplaatsen en enkele tientallen overige objecten.

Bos en natuur

In de omgeving van Enschede bevinden zich vele bossen en natuurgebieden. Aan de noordzijde van de stad, tussen Enschede, Hengelo en Oldenzaal, bevindt zich een uitgestrekt bosrijk gebied, waar middenin het vliegveld Twente is aangelegd. Ten (noord-)westen van Enschede worden de bossen afgewisseld met kleine weiden en akkers; het landschap is hier zeer afwisselend van karakter. Ten noordoosten van Enschede is alles veel zakelijker van opzet: de bossen zijn hier zeer rechtlijnig aangelegd, en zijn veel minder gemengd met de landbouwgebieden.
Ten zuiden van de stad is het landschap meer versnipperd: hier bevinden zich de kleinere bosgebieden als eilanden in het landschap.
Er zijn aan deze zijde van de stad ook een aantal grote, venige natuurgebieden te vinden: het Aamsveen, het Witte Veen, het Buurserzand en het Haaksbergerveen.

KAART : STEDELIJKE GROENSTRUCTUUR

Stedelijke groenstructuur

Het groen in en direct grenzend aan de stad is nogal versnipperd. De vele groene plekken liggen verspreid over de stad en zijn niet of nauwelijks met elkaar verbonden.
Het meest opvallend zijn de verschillende stadsparken. In tegenstelling tot veel Nederlandse steden bezit Enschede een aantal grote, oude stadsparken, aangelegd door de textielfabrikanten en later geschonken aan de stad: het Volkspark, van Heekpark, Ledeboerpark en Wooldrikspark. Naast deze oude parken zijn er later verschillende wijkparken aangelegd (o.a. Wesselerbrinkpark) en zijn er in elke buurt kleinere plantsoenen en / of speelplaatsen te vinden.
Op een aantal plaatsen in de stad, vooral langs de spoorlijn en in de Zuidwijken, zijn nog dichtere groengebieden (vooral bos en struikgewas) te vinden. Deze zijn over het algemeen niet of slecht toegenkelijk maar dragen wel bij aan de groene uitstraling van de buurt. Ook niet toegankelijk, maar wel goed voor een luxe uitstraling, zijn de tuinen van een aantal (stads-)villa’s.

De Broekheurering (in de Zuidwijken) en vooral de Singelring kenmerken zich door een middenberm met bomen. Dit zijn, samen met het groen langs de spoorweg, de enige groene elementen in Enschede die zich over een langere afstand uitstrekken.

Een aantal woonwijken zijn veel ‘groener’ dan de overige wijken van Enschede. In het Stokhorst en Zwering staan vele luxe woningen met grote tuinen, de Wesselerbrink en Stroinkslanden-Zuid bevatten vele hofjes en pleintjes en in Stroinkslanden-Noord zijn de oude landwegen ingepast als groene aders door de wijk.

III.3 STEDELIJKE STRUCTUUR

KAART : INFRASTRUCTUUR

Infrastructuur

Enschede is via de A35 verbonden met het landelijke autosnelwegen-netwerk. Oorspronkelijk liep de A35 slechts tot de westrand van de stad, vanwaar de Westerval als invalsweg richting binnenstad loopt. Pas in de jaren negentig van de twintigste eeuw is de A35 doorgetrokken door de stad richting Duitsland, waar nu de laatste hand wordt gelegd aan de aansluiting op de Emslandlinie, de snelweg tussen het Duitse grensgebied en het Ruhrgebiet.
De A35 is door een drietal ontsluitingswegen verbonden met de stad. Naast de al genoemde Westerval zijn dit de Oostweg en de Zuiderval. Het knooppunt A35 / Zuiderval ligt midden in het stedelijke gebied en zorgt voor een directe aansluiting van zowel het stadscentrum als de Zuidwijken op het landelijke hoofdwegennet. Echter, de directe omgeving van dit knooppunt is grotendeels onbebouwd.
De Westerval dient voornamelijk voor de ontsluiting van de westelijke bedrijventerreinen, de Universiteit en de (zuid-)westelijke stadswijken vanaf de snelweg. Op het knooppunt Westerval / Afinkstraat wordt dit verkeer gescheiden: het verkeer kan vanaf hier direct naar de bedrijventerreinen, richting binnenstad of richting Zuidwijken. Dit is dan ook n van de belangrijkste verkeersknooppunten van Enschede, en was jarenlang een groot knelpunt, totdat na 25 jaar eindelijk het hier geplande viaduct werd gebouwd.
Kenmerkend voor Enschede, en in deze vorm uniek in Nederland, is de Singelring. Deze is aan het begin van de twintigste eeuw aangelegd en doorsnijdt verschillende vooroorlogse woonwijken. Langs de singel, die over het grootste deel van haar lengte een middenberm met dubbele bomenrij heeft, zijn zowel arbeiderswoningen, luxe villas, bedrijven als verschillende culturele gebouwen (o.a. Rijksmuseum en meerdere kerken) gebouwd. Een rondje Singel geeft dan ook een behoorlijk beeld van de verschillende bouwstijlen van vooroorlogs Enschede.

KAART : FUNCTIES KAART : HOOGBOUW

Bebouwing

Enschede is grotendeels concentrisch gegroeid: rond het stadscentrum liggen de oudste woonwijken en bedrijventerreinen. Daaromheen liggen steeds nieuwere woonwijken.

De binnenstad is sterk gemengd; woningen, winkels, bedrijven en kantoren wisselen elkaar af. Direct rond de binnenstad liggen de oudste woonwijken. Deze wijken bestaan veelal uit lange straten met een afwisselend bebouwingsbeeld. Tussen de woningen staan veelal winkels en kleine bedrijven.
Aan de westzijde van de binnenstad liggen de oude bedrijventerreinen in een boog om de binnenstad heen, langs de voormalige spoorlijnen naar Oldenzaal en Ahaus. De oude bedrijventerreinen aan de oostzijde van de stad zijn in de tweede helft van de twintigste eeuw grotendeels heringericht tot woonbuurten.
Buiten de oude, gemengde woonwijken en bedrijventerreinen liggen, langs de Singelring, de vooroorlogse arbeidersbuurten en enkele luxe villabuurten uit dezelfde periode. De arbeidersbuurten bestaan uit slechts een klein aantal karakteristieke woningtypen in rijtjes van meestal 4, 6 of 8 woningen, en zijn daardoor zeer duidelijk herkenbaar binnen het stadsbeeld.
Buiten de singelring liggen vooral de naoorlogse wijken: de wederopbouwwijken uit de jaren ‘50 en ‘60, welke zijn aangelegd volgens strakke, zich steeds herhalende patronen en de wijken uit de jaren ‘70 en ‘80 waar de woningen in groepjes rond hofjes of langs lange, sterk kronkelende straten werden gebouwd: een zeer groot contrast met de rechtlijnige patronen van de voorgaande decennia. De nieuwste woonwijken, zowel de moderne wijken uit de jaren ‘90 als de VINEX-wijk de Eschmarke, zijn echter weer veel rechtlijniger van opzet.
De moderne bedrijventerreinen zijn vooral in het westelijk stadsdeel gebouwd: rond de haven van het Twentekanaal en langs de Westerval. Ook de campusuniversiteit ligt aan deze zijde van de stad.